Reisverslag Indonesië – Deel 2: Java

Na een weekje door Sumatra reizen gingen we door naar het volgende eiland: Java. Een beetje het ‘hoofdeiland’, hier woont het grootste deel van de Indonesische bevolking en de hoofdstad ligt er. Daar begonnen wij ook, we vlogen naar Jakarta.

Een korte vlucht van anderhalf uur, van Padang naar Jakarta. Alles verliep goed volgens schema en na het landen konden we gewoon onze koffers pakken en weg wandelen, geen douane, geen paspoortcontroles, geen bagagecontrole, niets! Wat ging dat lekker snel!

Buiten het vliegveld zaten we al bijna in de buitenwijken van Jakarta. We stapten de bus in en die ging de snelweg op. De snelweg! Het eerste geciviliseerde object wat je op Sumatra niet vindt. Op een hoog tempo raasde de bus over de snelweg. De omliggende wijken bleven maar doorgaan, er kwam geen einde aan! Wat een immens grote stad!

Jakarta is het voormalige Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië, dat zie je hier en daar. Zo is deze ophaalbrug door Nederlanders gemaakt.

Ahh, het eerste luxe hotel tijdens de reis! De hotels op Sumatra waren nogal primitief, dus dit was een welkome afwisseling. Even languit op de sofa relaxen met uitzicht over Jakarta.

Veel heb ik niet verteld over het eten op Sumatra volgens mij, dat was ook niet om over naar huis te schrijven. In Jakarta  waren er toetjes bij het hotel. Ik was dolblij, als ik nu bekijk waarmee, vind ik dat toch wel typisch. Je kon gummy-beertjes in een kommetje doen met een koude vanillemelk erover. Ja, dat probeer ik wel. Mwuah, geen aanrader. De ananas en het drakenfruit waren lekker, maar dat kregen we op Sumatra gelukkig wel vaak. De roze flubber-pudding smaakte nergens naar en het schattige sprinkle-cake’je was heerlijk! Daarvan ben ik er nog een gaan halen :)

Het witte huis van Jakarta, het paleis waar de president woont. De volgende dag zou hier gedemonstreerd worden, vandaar alle afzettingen.

En daarom was er ook een hoop politie aanwezig, die zich al aan het voorbereiden waren voor de volgende dag. Ik werd aangesproken door één van hen en gelijk meegesleept naar z’n collega’s.

Ik begreep niet veel van ze. Maar ik had niets fout gedaan hoor, ze waren alleen erg nieuwsgierig en hadden onderling de meest hilarische gesprekken. Ik stond er wat lacherig en onwennig bij, na een paar minuten had ik mijn dosis awkwardness voor de dag binnen en glipte ik ertussen uit…

…Om me even te verwonderen over het verkeer. De wegen staan bomvol en er zit nergens doorstroming in. Jakarta had echter wel mooie, brede, lege stoepen. Volgens mij kun je hier beter een stepje of sagway aanschaffen, ben je sneller mee dan een auto.

Uit de koloniale tijden..

Café Batavia vond ik erg leuk om te zien. Dit is ook uit de tijd van Nederlands-Indië en erg goed onderhouden. Het hele gebouw ademde die koloniale stijl en sfeer uit. Geweldig!

De haven, toen we hier waren was ik al haast gewend aan de toestand van water in Indonesië. Of het nou de haven van Jakarta is, of een vijver met bronwater in Sumatra; het ligt vol vuilnis..

Vanuit Jakarta gingen we naar de Botanische tuinen van Bogor. Ah, weer wat mooie natuur!

Een mahonieboom. Tja, de naam ‘mahonie’ kon ik eigenlijk als haarkleur.. of tropisch hardhout. Zulke prachtige bomen moeten het dus ontgelden voor onze meubels,vloeren en tuinhuisjes.

Dus, dit is een bloem. Een die behoort tot de grootste bloemsoort ter wereld. Deze bloemsoort had uiteraard een ingewikkelde naam die ik ben vergeten. Deze bloeit maar één keer per drie jaar, wij waren één week te vroeg, argh! Jammer! Er stond een saaie, witte knop van een halve meter, kon net zo goed van plastic zijn. Op het moment staat er waarschijnlijk een drie meter hoge, rood-oranje-gele bloem.

De waterlelies lagen er wel mooi bij!

Deze bladen zijn gigantisch groot en ook nog eens erg sterk, je zou er baby’s en kleine kindjes op kunnen leggen.

Whoo, big-ass bamboo!

Die avond reden we door naar Bandung, ook een grote stad op Java. Het verkeer buiten de steden was even erg, het schoot maar niet op! We kwamen flink laat aan in Bandung. Vanuit de bus zagen we een McDonalds, ahh, westers eten!! Veel mensen van de groep wouden er gaan eten, maar we werden toch eerst bij het hotel gedropt. Even de koffers op de kamer krijgen en op naar McD’s! Ik huppelde vrolijk over de stoep op een taxi-busje af, tralala McDonalds lalala, BAM! Ineens was de wereld om mij heen een halve meter hoger. Nee, ik lag een halve meter lager, met één been in een open riool. Het stond droog, dat scheelt, ik had een teen gekneusd en de teennagel van die teen lag doormidden. Ook dat scheelt, ik had net zo goed m’n been kunnen breken!

Ik speelde nog even de onsmakelijke toerist die doodleuk op het toilet van McDonald’s uitgebreid haar voeten stond te wassen. Mixje modder en bloed in de wasbak, ik snapte de afkeurende blikken wel. Toen was het echt tijd voor een welverdiend Big Mac menu. Precies zoals die overal ter wereld is, heerlijk. En een McFlurry toe, die was wel anders. Ik bestelde Choco crunch, dat was gewoon softijs, met choco-ontbijtgranen erover, non-flurred. Eh, ok. Hij smaakte wel goed.

Er stond een lange treinreis op het programma. Zo’n vijf uur. Dat was wel een leuke afwisseling van de bus, bovendien staan treinen niet constant in de file.

De uitzichten waren erg mooi. Bij wat langere tussenstops konden we er even uit. Er kwam een hoop bevolking op af om te bedelen, vooral veel kindjes.

Wij zaten in een eerste klas coupé van de trein. Dat zag er al niet heel erg first class uit (gebarsten ramen, vlekken op alles, zakdoekpropjes en ander ‘bah-tjes’). Maar daar keek ik inmiddels al overheen. Het toilet in de trein, tja, die zag ik niet aankomen. Een hurk-toilet voor wat Sumatra-sentiment, ernaast een bak water die van rechts over je heen klotste als je boven het toilet ging en airco-druppels die links via het raam op je kwamen. De geur, eentje om uit mijn geheugen te verdringen.

De mooie eetzalen van een koloniaal hotel, waar we in Wonosobo verbleven.

De dag erna stonden we vroeg op, gelijk onderweg naar het Dieng plateau. De rit erheen was schitterend, zoveel mooie uitzichten!

Het Dieng Plateau, een vlakte hoog in de bergen, of eigenlijk: hoog tussen de vulkanen. De bronnen stonken wederom, maar daar wen ik binnen een paar minuten wel aan.

Souvenir stenen uitgezocht :)

Op een ander deel van het Dieng Plateau bevinden zich nog acht Hindoeïstische tempels.

Door naar een wereldberoemde tempel: de Borobudur! Deze in het echt zien stond al lang op mijn travel-wishlist. Bij de eerste glimp van een afstandje vond ik de tempel al gelijk groter dan ik had verwacht. Zo kolossaal!

De Borobudur weergeeft de weg die een boeddhist moet afleggen om het Nirvana te bereiken. Onder langs staan veel afbeeldingen die de hel en zondes weergeven, naarmate je hoger gaat worden de beelden steeds meer onwerelds. Bovenop staan stoepa’s, klok-achtige beelden met erin een Boeddha beeld. Volgens lokale verhalen zou het eeuwig geluk opleveren als je een Boeddha aanraakt.

Het lukte! Voor eeuwig gelukkig :)

Als ik hier alleen had rondgelopen, of alleen met mijn moeder, dan was ik er waarschijnlijk helemaal in op gegaan. De sfeer op zo’n plek, de rust. Maar we waren zeker niet alleen! En ik wil niet weten op hoeveel foto’s van vreemden ik sta, ik kon me geen vijf meter verplaatsen of ik kreeg opnieuw de vraag of ze foto’s met me of van me mochten maken. Gelukkig was dit ook wel gezellig en heb ik heel wat kunnen lachen met andere toeristen, want die mooie sfeer die tempels kunnen hebben is me volledig ontgaan hier.

We gingen met paardenkarretjes naar een klein dorpje. De pony’s waren wel erg mager, arme beestjes..

Bij sommige huishoudens mochten we even binnen kijken. Deze mooie dame was een oma van in de veertig die rijst verpakte in bladeren.

Een velg als raam, creatief!

Het oudste vrouwtje van het dorp. Ze is in de negentig en zat matten te weven op de veranda van haar huisje. Ze wou iedereens hand schudden en zo een soort ‘blessing’ geven, lief!

Kindjes van het dorp gaven nog een dansvoorstelling met houten paardjes. De kleintjes deden maar wat, maar wat waren ze schattig!

In Jogjakarta bezochten we een Batik atelier. Dit is een schildertechniek waarbij wax wordt gebruikt, het wordt gemaakt op stoffen. Hoe en wat precies weet ik niet meer, alleen dat er heel veel tijd en werk in gaat zitten!

Batik kunst van de leerlingen van het atelier, er zat veel moois tussen!

Een plafond in Kraton, een sultans paleis.

De Prambanan tempels liggen iets buiten Jogjakarta. Ook hierop heb ik me erg verheugd! En ik vond het prachtig. Zulke mooie tempels allemaal!

Rond het plateau waar de tempels op staan liggen overal hoopjes stenen. Ook dit waren tempels, het waren er ooit 240. Door een heftige aardbeving is heel veel verwoest.

Ondanks het niet zo authentieke uitzicht op hekjes en borden vond ik het geweldig om rond de soort balkons van de tempels te lopen.

Het landschap werd weer groener en groener toen we richting het oosten van Java gingen. Eigenlijk was daar nog maar één big thing om te doen. De zonsopkomst bij de Bromo vulkaan! Nou, dat ging allemaal niet zoals we gehoopt hadden.

Om half één ‘s nachts op moeten is al niks, maar we konden drie uur suf in een busje zitten, dus de inspanning viel nog reuze mee. We stapten over op jeeps toen we al flink hoog in de bergen zaten. Met een chauffeur die wel erg jong uitzag vertrokken we als één van de eerste. Met dertig kilometer per uur tufte we omhoog, de rest van de jeeps had ons inmiddels ingehaald. Jup, jeep kapot. Midden in de nacht, hoog in de bergen, geen straatverlichting te bekennen, prachtige sterrenhemel en een chauffeur die heen en weer liep om bereik op zijn telefoon te vinden.. Oh noes, die zon wacht niet hoor! Gelukkig kwam na een kwartiertje een andere jeep langs waarin we mee konden.

Eenmaal boven maakte we nog een flinke wandeling tussen alle geparkeerde jeeps door. Ik had wel wat mensen verwacht, maar het was wel heel druk! Om het af te maken hebben we niets van de zonsopkomst gezien. De lucht veranderde van donkergrijs naar lichtgrijs. Eh nee, daarvoor kun je mij niet ‘s nachts wakker maken.

Het klaarde een klein beetje op, maar de vulkanen verscholen zich nog onder een fluffy deken van wolken.

Hè hè, daar verschijnt wat! Ik dacht helaas wel dat de donkergroene op de voorgrond de Bromo vulkaan was. Nope, die donkergroene is dood. De Bromo is de grijze halve berg links ernaast, met een enorme krater! We maakten een afdaling waarbij het duidelijk werd waarom we in jeeps zaten, er was nauwelijks iets van de weg over.

Op naar de kraterrand! Het stuk lopen door de aszee was al vermoeiend, het loopt even vervelend als losjes zand.

Aan de voet van de berg besloot mijn moeder het erbij te laten, zelf ging ik wel nog verder met de ‘ik kijk wel hoe ver ik kom’-gedachte.

De uitzichten waren prachtig. Maar de wandeling naar boven was vreselijk zwaar. Ploeterend door het as naar boven, om als laatst nog een steile trap van 250 treden op te mogen. Of ja, het zullen 250 treden zijn geweest, hier en daar ontbraken er een paar. Ik heb even gedacht dat ik me beter kon omkeren, ik was uitgeput! Maar gelukkig heb ik toch doorgezet.

Oog in oog staan met een enorme krater was het wel waard. Op de foto´s vind ik de krater iets kleiner uitzien dan in het echt.

Ineens werd ik wel heel erg verrast! Mijn moeder kwam de trap op met het chauffeurtje van onze jeep erachter aan. Die bleef haar maar klopjes op de rug geven en aanmoedigen. Wat lief! Mijn moeder kwam vermoeid boven, maar was ik trots! Op ons allebei, dat hebben we toch maar mooi met nul conditie gedaan!

Whoe, blij dat ik toch helemaal naar boven ben gegaan!

Mijn moeder bleek een beetje gesmokkeld te hebben, ze had tot aan de trap een paardje genomen. Dat mocht terug ook weer.

Flink doorleeft terug bij de jeep. Mijn broek was trouwens zwart en mijn All Stars roze.

Een pedicure hadden mijn voeten wel verdiend na die dag!

En de rest had een massage verdiend! Een uur pedicure en een uur massage, samen voor ongeveer 17 euro!

Fruitkraam langs de weg.

Ons laatste hotel op Java lag in Kalibaru. Dit zou weer even een stuk primitiever zijn, maar wel prachtig aangelegd!

Ineens vlogen de dikke zwarte torren rond mijn hoofd, ahh! Snel weg bij die lila bloempjes.

Wat lekkers voor mee naar Bali! Chips met ´seaweed´ smaak kwam je er vaak tegen, en ik vond het heerlijk! Ook Oreo´s waren er in veel meer smaken verkrijgbaar, zoals aardbei, chocola, ice cream enz.

Java was erg mooi! Heel anders dan Sumatra, wat ik qua natuur toch net iets mooier vond. De tempels op Java vond ik geweldig. Het volgende en laatste deel van het reisverslag zal een stuk korter zijn. Op Bali zijn we korter geweest en hebben we veel minder gezien. Maar wederom was dat weer heel anders dan de voorgaande twee eilanden.

Liefs, Maud

38 Reacties op Reisverslag Indonesië – Deel 2: Java

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>


Hey en welkom op Beauty Before Breakfast! Leuk dat je een kijkje neemt op mijn blog. Mijn naam is Maud en ik vul deze site met make-up reviews, looks, nail-art enz. Veel plezier! Liefs, Maud
bloglovin
Archief
Categorieën

Copyright © 2010 Beauty Before Breakfast. All Rights Reserved.